Salarisinfo - Eindejaarstoelage 2019

De eindejaarstoelage 2019 wordt uitbetaald op 19 december 2019.

1. Akkoorden van sectorale sociale programmatie voor de jaren 2012-2014, afgesloten op 13 december 2013

Het forfaitair gedeelte van de eindejaarstoelage 2019 wordt bekomen door het forfaitair gedeelte van 2018 te indexeren volgens het gebruikelijke indexmechanisme.
In 2019 moet hierbij ook rekening gehouden worden met de bepalingen van de wet van 23 april 2015 tot verbetering van de werkgelegenheid.
Daarnaast wordt, voor het jaar 2019, het forfaitaire bedrag verhoogd met een niet-geïndexeerd bedrag van 6,58 EUR.

2. Raamakkoord tussen de Vlaamse regering en het gemeenschappelijk vakbondsfront van 23 november 2012

De personeelsleden voor wie tijdens de referentieperiode voor de berekening van het vakantiegeld 2019 uitsluitend prestaties als vast benoemd of tot de proeftijd toegelaten personeelslid in aanmerking komen, vallen onder de toepassing van het raamakkoord. Dit houdt in dat de berekeningsbasis voor het vakantiegeld 70,26 % is van het bruto-salaris van de referentiemaand en niet de normale 92 %. Deze personeelsleden zullen evenwel het berekend verschil tussen 92 % en 70,26 %, nog vermenigvuldigd met de coëfficiënt 1,0368 ter compensatie van de verschuldigde werknemersbijdrage VGZ, op de eindejaarstoelage, ontvangen bij de uitbetaling van de eindejaarstoelage 2019.

3. Berekeningsprincipes

De eindejaarstoelage is samengesteld uit een forfaitair en een veranderlijk gedeelte. Dit jaar bedraagt het forfaitair gedeelte 640,31 EUR.

Het veranderlijke gedeelte bedraagt 2,5 procent van de jaarlijkse brutobezoldiging die tot grondslag diende voor de berekening van het salaris van de maand oktober 2019.

Bij de berekening van de eindejaarstoelage wordt rekening gehouden met de prestaties tijdens de referentieperiode.

4. Referentieperiode (algemene regel)

De referentieperiode voor de berekening van de eindejaarstoelage 2019 van tijdelijke personeelsleden is het schooljaar 2018 – 2019 (1 september 2018 – 30 juni 2019). Deze referentieperiode geldt ook voor personeelsleden die op 1 januari 2019 geheel of gedeeltelijk vastbenoemd werden.

De referentieperiode voor de berekening van de eindejaarstoelage 2019 van vastbenoemde personeelsleden loopt van 1 januari 2019 tot 30 september 2019.

5. Voorbeelden

5.1. Toepassing raamakkoord

Voorbeeld 1 (salarisschaal 501 – licentiaat/master):

Een tijdens de referentieperiode van het vakantiegeld 2019 uitsluitend vast benoemd leraar in het secundair onderwijs, derde graad, met een lesopdracht van 20/20 economie, salarisschaal 501 en een geldelijke anciënniteit van 12 jaar en 9 maanden op 1 oktober 2019.

Jaarlijkse brutobezoldiging die tot grondslag diende voor de berekening van het salaris van oktober 2019: 29.187,94 EUR.

Index: 1,7069.

Berekening: [640,31 + (2,5% x 29.187,94 x 1,7069)] x 270/270 x 20/20 = 1.885,83 EUR.

Toepassing raamakkoord: 1.885,83 + 813,49 * = 2.699,32 EUR.

*zie voorbeeld 1 onder het trefwoord “vakantiegeld”.  

De eindejaarstoelage bedraagt 2.699,32 EUR bruto. Van dit bedrag wordt nog een VGZ-bijdrage afgehouden en ook nog bedrijfsvoorheffing.

5.2. Geen toepassing raamakkoord

Voorbeeld 2 (salarisschalen 141/148/301 – kleuteronderwijzer, onderwijzer, regent, bachelor):

Een tijdelijk aangestelde kleuteronderwijzeres heeft tijdens het schooljaar 2018 – 2019 een voltijdse opdracht van 1 september 2018 tot 30 april 2019. Vanaf 1 mei 2019 oefent zij een halftijdse opdracht uit. Haar geldelijke anciënniteit bedraagt 5 jaar en 3 maanden op 1 oktober 2019.

Jaarlijkse brutobezoldiging die tot grondslag diende voor de berekening van het salaris van oktober 2019: 20.039,31 EUR.

Index: 1,7069.

Berekening:

[640,31 + (2,5% x 20.039,31 x 1,7069)] x 240/300 x 24/24 = 1.196,35 EUR. =>

[640,31+ (2,5% x 20.039,31 x 1,7069)] x 60/300 x 12/24 = 149,54 EUR. =>

De eindejaarstoelage bedraagt 1.196,35 + 149,54= 1.345,89 EUR.

Van dit bedrag wordt een RSZ-bijdrage van 175,91 EUR afgehouden en ook nog bedrijfsvoorheffing.

Zie voor alle verdere informatie ook:
Akkoorden van sociale programmatie voor de jaren 2012-2014. - Maatregelen in het kader van het geldelijk statuut

6. Centra voor basiseducatie (CBE)


Voor de personeelsleden van de Centra voor basiseducatie (CBE) gelden specifieke parameters. Met betrekking tot de eindejaarstoelage 2019 zijn deze namelijk:

  • forfaitair gedeelte: 1.101,61 EUR;
  • veranderlijk gedeelte: 3,52% van de jaarlijkse brutobezoldiging die tot grondslag diende voor de berekening van het salaris van de maand oktober 2019.