Beslissingen Kamer van Beroep 2021 - Gemeenschapsonderwijs

2021-20 pdf bestandKVB-GO-20-2021.pdf (39 kB)

Feiten:

de sfeer is ernstig verziekt is in de school en deze toestand  wordt door de directe medewerkers van verzoeker aan zijn handelwijze toegeschreven, er is een ernstig probleem is gerezen met de persoon van verzoeker.

Bestreden beslissing:

preventieve schorsing

Beslissing kamer van beroep: 

12 oktober 2021 - de kamer van beroep bevestigt de preventieve schorsing

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep acht het standpunt van de verwerende partij niet onredelijk: het onderzoek naar de houding van de verzoeker op school, zoals gevraagd in de onderzoeksaanvraag, vergt verhoren van personeelsleden. Het is niet uitgesloten dat de verzoeker, die als schooldirecteur gezag heeft over zijn personeelskorps, dat gezag aanwendt om het onderzoek van zijn zaak te sturen. Terecht stelt de raad van bestuur daarnaast ook dat een schooldirecteur, tegen wie aantijgingen als die gerapporteerd door de Algemeen Directeur worden geformuleerd, “onmogelijk nog in alle rust en sereniteit leiding kan geven aan zijn personeelsteam”.

De Kamer van beroep vindt het met de raad van bestuur verantwoord dat de verzoeker voor de duur van het onderzoek buiten de instelling gehouden wordt.

 

2021-18 pdf bestandKVB-GO-18-2021.pdf (56 kB)

Feiten:

Het bovenmatig veel en op zeer agressieve en geagiteerde wijze roepen en tieren in de klas, het systematisch uitschelden van de leerlingen, het duwen van leerlingen, het vastgrijpen van leerlingen, het met opgestoken vuist(en) voor hen gaan staan, het gebruiken van lichaam om leerlingen in een bepaalde richting te dwingen, slaan van leerling, het nauwelijks geven van uitleg aan de leerlingen doch integendeel boos worden als er door de leerlingen vragen worden gesteld en deze vragen beantwoorden met geroep en gescheld. Recidive.

Bestreden beslissing:

ontslag

Beslissing kamer van beroep:

21 september 2021 - de kamer van beroep bevestigt de tuchtstraf “ontslag”.

Grond van de zaak:

De Kamer is van oordeel dat voor de bewezen bevonden tuchtinbreuken, verzoeker best uit zijn ambt verwijderd wordt.  Het ontslag is de enig gepaste maatregel.

 

2021-15pdf bestandKVB-GO-15-2021.pdf (32 kB)

Feiten:

melding gemaakt  van “strafbare feiten”  door een collega t.a.v. haar. Deze feiten situeren zich niet louter in de privésfeer en hebben een weerslag op het schoolweefsel.

Bestreden beslissing:

ontslag om dringende redenen

Beslissing kamer van beroep: 

25 juni 2021 - de kamer van beroep bevestigt het ontslag om dringende redenen

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep heeft bij de Procureur des Konings op 21 juni 2021 per mail om inzage gevraagd van het proces-verbaal omtrent de strafklacht van de verzoekster. Daarop is tot de dag van het beraad geen antwoord gekomen.

De Kamer van beroep hecht doorslaggevend belang aan de verklaring van de collega klager en de verklaringen van de schooldirecteurs. Er is geen enkele reden om te twijfelen aan de twee gelijklopende verklaringen van de schooldirecteurs.

Aan de klager heeft de Kamer van beroep om de bevestiging van haar verklaring gevraagd en gekregen.

Bij ontstentenis van een beslissing van de bevoegde gerechtelijke overheden, maar verplicht om in het belang van het onderwijs standpunt in te nemen over de gebeurtenissen, is de Kamer van beroep van oordeel dat voormelde elementen voldoende bewijskrachtig zijn om, zonder te hoeven wachten op een definitieve uitspraak van de gerechtelijke overheden en met respect voor  het vermoeden van onschuld dat in strafzaken geldt, te besluiten dat verzoeker zijn collega tegen haar wil in seksueel misbruikt heeft, dat dit een strafrechtelijk beteugelbaar misdrijf is en dat dergelijk misdrijf het onmiddellijk ontslag van verzoeker als tijdelijk aangesteld leraar rechtvaardigt. Dat het misdrijf in de privé-sfeer gebeurde staat de vaststelling dat de verzoeker daarmee zijn deontologie te buiten is gegaan, niet in de weg.

Waar de verzoeker verwijst naar een mogelijke intrekking van de strafklacht door de collega-klager, dient hem geantwoord dat het misdrijf/misdrijven  waarvan de klager gewag maakt, geen klachtmisdrijven zijn zodat de intrekking van de klacht in niets het onderzoek door de gerechtelijke overheden belemmert.

 

2021-14 pdf bestandKVB-GO-14-2021.pdf (49 kB)

Feiten:

Het posten van foto’s op sociale media die aantonen dat men op dat ogenblik de wettelijk opgelegde coronamaatregelen met de voeten treedt en een ernstig gebrek aan burgerzin, collegialiteit en beroepsernst etaleren, aantonen dat men ernstig tekort schiet in zijn voorbeeldfunctie en bovendien ook de schoolparticipanten in gevaar bracht.

Bestreden beslissing:

afhouding van 10% wedde gedurende drie maanden.

Beslissing kamer van beroep: 

1 juli 2021 - de kamer van beroep vernietigt de tuchtstraf  “afhouding van 10% wedde gedurende drie maanden” en legt een nieuwe tuchtstraf “de blaam” op.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep heeft oog voor de door de verzoeker aangegeven omstandigheden: het wordt niet weersproken dat hij een onbesproken staat van dienen heeft; de tenlastelegging betreft een eenmalig feit (het niet naleven van de Coronamaatregelen, bewezen door een post op de sociale media), dat door de verzoeker zelf wordt erkend als een niet te verantwoorden misstap. Gewis heeft de verzoeker daarmee blijk gegeven van onbehoorlijk gedrag en wordt dit hem -inzonderheid omdat van hem verwacht mag worden dat hij de opgelegde voorschriften ter indijking van de pandemie naleeft en hij als leerkracht daarin een voorbeeldfunctie heeft- terecht tuchtrechtelijk aangerekend, maar de Kamer van beroep acht de opgelegde straf toch te zwaar.

Een blaam is voor de Kamer van beroep een billijke straf.

 

2021-13 pdf bestandKVB_GO_beslissing13_2021.pdf (35 kB)

Feiten:

oprichten nieuwe school. Acties (correspondentie met ouders, ronselen aan de schoolpoort,…) die hierrond ondernomen worden met anderen brengen de schoolwerking in ernstige mate in het gedrang

Bestreden beslissing:

preventieve schorsing

Beslissing kamer van beroep: 

25 mei 2021 - de kamer van beroep bevestigt de preventieve schorsing

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep is van oordeel dat dergelijke handelwijze (meewerken aan een concurrerend project en zich daarmee bekend maken naar de buitenwereld) op zich -dus los van enig intentioneel handelen om leerlingen te werven voor de nieuwe school- onmiskenbaar een impact heeft op de werking van de school, minstens doordat de verzoekster met haar initiatief en de communicatie daarover naar buiten toe, het imago van de school aantast en ouders aan het twijfelen brengt over de beste schoolkeuze voor hun kind. Dat is gerelateerd aan de belangen van de scholengroep. Door de verzoekster buiten actieve dienst te houden, zonder daarbij haar rechten op enigerlei wijze te verminderen, geeft de raad van bestuur het signaal dat hij zich distantieert van het initiatief, maakt hij duidelijk dat hij staat voor zijn project en behartigt hij het belang van de scholengroep. Aldus begrepen bevestigt de Kamer van beroep de beslissing van de raad van bestuur.

 

2021-12 pdf bestandKVB_GO_beslissing12_2021.pdf (40 kB)

Feiten:

op een volstrekt ontoelaatbare en voor de leerlingen zichtbare wijze, naar aanleiding van een incident met een leerling waarbij men allerminst de confrontatie uit de weg ging (…) furieus tekeer gaan tegen collega (roepen, tieren, slaan tegen muur en deuren) en ook tegen de directeur (onbedaarlijk roepen) toen men beklag ging doen

Bestreden beslissing:

ontslag om dringende redenen

Beslissing kamer van beroep: 

27 mei 2021 - de kamer van beroep vernietigt het ontslag om dringende redenen

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep is van oordeel dat de verzoeker gewis een deontologische inbreuk heeft begaan, maar dat de overgelegde gegevens niet toelaten te stellen dat zijn misdraging dermate ernstig is dat zij een ontslag om dringende redenen rechtvaardigen.

 

2021-10 pdf bestandKVB-GO-10-2021.pdf (41 kB)

Feiten:

Het zich niet conformeren naar de verplichtingen die op de schoolcampus gelden inzake het dragen van een mondneusmasker, waardoor men nalaat om zijn schoolopdracht ten volle uit te voeren.

Bestreden beslissing:

schorsing tot 31 december 2021.

Beslissing kamer van beroep: 

1 juli 2021 - de kamer van beroep bevestigt bij verstek de tuchtstraf  “schorsing tot 31 december 2021”.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep is van oordeel dat de raad van bestuur in zijn omstandige motivering van het beroepen besluit correct heeft aangegeven waar het in deze zaak op staat:

  • een raad van bestuur moet, als administratieve overheid, bij het treffen van beslissingen de uitgevaardigde regelgeving naleven; het komt enkel de rechter toe de wettigheid van regelende bepalingen te onderzoeken. De kamer van beroep bevindt zich in dezelfde situatie.
  • Vast staat dat de verzoeker in de uitoefening van zijn functie de algemene Covid-19 maatregelen niet nageleefd heeft en ook niet wil naleven. Hij bewijst op geen enkele wijze enige “medische reden” die hem van het dragen van een mondmasker kan ontslaan.
  • De onverantwoorde weigering om een mondmasker te dragen heeft invloed op de uitoefening van zijn taken als leraar. De voorbeelden aangehaald door de raad van bestuur zijn pertinent. De Kamer van beroep voegt daaraan toe dat die onverantwoorde weigering ook als een element van ordeverstoring in de school kan worden gezien en, naar buiten toe, als een aantasting van het imago van de school, wat haar ook vanuit dat oogpunt tot een tuchtrechtelijk beteugelbare vergrijp maakt.

 

2021-09 pdf bestandKVB-GO-09-2021.pdf (94 kB)

Feiten:

  • Het vormen van een tandem met collega met wie men solidariseert in oppositie van het directiebeleid waartegen men zich negatief opstelt;
  • Het in een emotionele opwelling (nadat men terugkwam van een gesprek met de directie dat gevoerd werd naar aanleiding van de terugkeer uit ziekteverlof) aan de leerlingen vertellen dat men gepest werd door de directeur en dat dit de reden was van zijn afwezigheid.

Bestreden beslissing:

schorsing voor drie weken

Beslissing kamer van beroep: 

16 juni 2021 - de kamer van beroep vernietigt de tuchtstraf  “schorsing voor drie weken”.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep  besluit dat zij in het verslag van onderzoek geen duidelijke bewijzen vindt dat de verzoeker verantwoordelijk is voor de negatieve spiraal die in de school heerst en dat dit hem als een tuchtvergrijp kan aangerekend worden.
Mag op grond van het onderzoeksverslag wel aangenomen worden dat de verzoeker zich collegiaal opstelt met zijn collega in aangelegenheden die de directie anders benadert en dat de betreffende discussies geëngageerd verlopen, dan is dit op zich  nog geen reden om daar tuchtrechtelijke gevolgen aan te hechten.
De Kamer van beroep vindt in het dossier onvoldoende reden om hic et nunc de verzoeker tuchtrechtelijk tot de orde te roepen.

 

2021-08 pdf bestandKVB-GO-08-2021.pdf (94 kB)

Feiten:

-door houding verantwoordelijk zijn voor het teweegbrengen van de verzuurde relatie tussen zichzelf en het directieteam, die een kwalijke impact heeft op het team;

-actief zoeken naar medestanders bij de collega’s in tegenstand tegen de directie in een poging deze achter zich te scharen;

-in het algemeen aannemen van een destructieve houding ten overstaan van het beleid

Bestreden beslissing:

schorsing voor zes weken

Beslissing kamer van beroep: 

16 juni 2021 - de kamer van beroep vernietigt de tuchtstraf  “schorsing voor zes weken”.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep  besluit dat zij in het verslag van onderzoek geen duidelijke bewijzen vindt van tuchtinbreuken in de zin van “disproportionele kritiek”, “intimidatie”, “destructieve houding” of “actief betrekken van medestanders”. Toont het onderzoeksverslag zeker aan dat de verzoeker zich in zijn betrekkingen met directie en collega’s eigenzinnig opstelt en vasthoudt aan het eigen gelijk waardoor de relaties moeilijk verlopen -mogelijks zelfs op een wijze die middels de evaluatieprocedure remediëring noodzaakt-, dan bevat het geen elementen die hic et nunc het besluit rechtvaardigen dat hij tuchtrechtelijk tot de orde moet geroepen worden.

2021-07 pdf bestandKVB_GO_beslissing07_2021.pdf (39 kB)

Feiten:

oprichten nieuwe school. Acties (correspondentie met ouders, ronselen aan de schoolpoort,…) die hierrond ondernomen worden met anderen brengen de schoolwerking in ernstige mate in het gedrang

Bestreden beslissing:

preventieve schorsing

Beslissing kamer van beroep: 

25 mei 2021 - de kamer van beroep bevestigt de preventieve schorsing

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep is van oordeel dat dergelijke handelwijze (meewerken aan een concurrerend project en zich daarmee bekend maken naar de buitenwereld) op zich -dus los van enig intentioneel handelen om leerlingen te werven voor de nieuwe school- onmiskenbaar een impact heeft op de werking van de school, minstens doordat de verzoekster met haar initiatief en de communicatie daarover naar buiten toe, het imago van de school aantast en ouders aan het twijfelen brengt over de beste schoolkeuze voor hun kind. Dat is gerelateerd aan de belangen van de scholengroep. Door de verzoekster buiten actieve dienst te houden, zonder daarbij haar rechten op enigerlei wijze te verminderen, geeft de raad van bestuur het signaal dat hij zich distantieert van het initiatief, maakt hij duidelijk dat hij staat voor zijn project en behartigt hij het belang van de scholengroep. Aldus begrepen bevestigt de Kamer van beroep de beslissing van de raad van bestuur.

2021-06 pdf bestandKVB-GO-06-2021.pdf (45 kB)

Feiten:

- Het uiten van bedreigingen aan een niet nader genoemde “veroorzaker” van zijn problematiek.
- Het uiten van beschuldigingen over het onder druk zetten van getuigen om zogenaamd over zich te liegen.

Bestreden beslissing:

terbeschikkingstelling voor 2 jaar

Beslissing kamer van beroep: 

27 mei 2021 - de kamer van beroep bevestigt de tuchtstraf  “terbeschikkingstelling voor 2 jaar”.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep  stelt dat de feiten en het tuchtrechtelijk karakter ervan niet worden betwist. Of de verzoeker mogelijks niet de bedoeling had collega’s en leerlingen te treffen is niet aan de orde, aangezien zijn handelen ontegensprekelijk diepe wonden geslagen heeft en zijn terugkeer allerminst aan de orde is; de feiten zijn zwaarwichtig en een zware tuchtstraf dringt zich op. En is er, alleen al juridisch, een beletsel om de periode van preventieve schorsing te laten opgaan in de tuchtrechtelijke verwijdering uit de dienst -het eerste is een ordemaatregel, het tweede een tuchtstraf- dan ziet de Kamer van beroep in ieder geval geen reden om in dit geval de duur van de terbeschikkingstelling te verminderen. Zij bedenkt daarbij dat de medische behandeling waarin de verzoeker zich nu lijkt te begeven, de nodige tijd zal vragen om de verzoeker de vereiste mentale rust en accuraat beoordelingsvermogen te bezorgen om desgevallend de dienst bij de verwerende partij te hernemen.

2021-05 pdf bestandKVB_GO_beslissing05_2021.pdf (49 kB)

Feiten:

- zich in de les tegenover leerlingen extreem negatief uitlaten over de reorganisatie van de school in het algemeen en over lesopdracht in het bijzonder
- mededeling aan de leerlingen dat ze ongeacht hun inzet of inspanningen met een 10/10 zullen gequoteerd worden, wat  ook effectief gedaan werd.

Bestreden beslissing:

afhouding van wedde (20% gedurende 5 dagen)

Beslissing kamer van beroep: 

4 mei 2021 - de kamer van beroep vernietigt de tuchtstraf  “afhouding van wedde (20% gedurende 5 dagen)”.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep  stelt vast dat de beweerd ondeontologische mededelingen aan de leerlingen niet deugdelijk bewezen zijn en dat de tekortkoming van de verzoeker op het vlak van de quotering van leerlingen, zo bewezen, alsnog niet als een tuchtinbreuk maar als een element van gebrekkig functioneren kan worden gekwalificeerd.

 

2021-04 pdf bestandKVB_GO_beslissing04_2021.pdf (80 kB)

Feiten:

- verjaring
- niet-constructieve, zelfs negatieve houding op de klassenraad waarbij men hevig te keer ging over leerlingen , in die mate dat verschillende collega’s zich bedreigd en geïntimideerd voelden.
- provocatieve houding tijdens incident met leerling waarbij men via agressieve lichaamstaal mede aanleiding gaf tot escalatie van dit in se banaal incident tot een scheldpartij, terwijl men het incident middels een pedagogisch verantwoorde aanpak in de kiem had kunnen smoren en het nu een leerling was die moest tussenkomen om te vermijden dat het tot een handgemeen kwam.

Bestreden beslissing:

schorsing gedurende één week

Beslissing kamer van beroep: 

30 maart 2021 - de kamer van beroep vervangt de tuchtstraf  “schorsing voor één week” door de tuchtstraf “schorsing gedurende drie dagen”.

Grond van de zaak:

De verzoeker voert in eerste instantie de verjaring van de tuchtvordering aan.

Het begrip “vaststelling of kennisneming” wordt in de reglementering niet nader gedefinieerd. De Kamer heeft zich steeds gealigneerd op de unanieme rechtsleer en rechtspraak waarin gesteld wordt dat, zo het zeker niet betekent dat er een duidelijk bewijs voorligt zoals dat bij de definitieve beslissing over de tuchtzaak vereist wordt, er toch voldoende nauwkeurige en bewijskrachtige gegevens moeten voorliggen die toelaten om met kennis van zaken een tuchtonderzoek op te starten. Dit om te vermijden dat al te lichtzinnig, louter op basis van geruchten, speculaties of onzekere gegevens, een tuchtprocedure wordt aangevat. Is een aangelegenheid onmiddellijk waarneembaar als tuchtfeit, dan valt de kennisneming samen met de vaststelling; in het andere geval zullen de gegevens van het dossier moeten uitwijzen wanneer er een voldoende kennis was om een tuchtzaak op te starten. In laatstgenoemd geval mag het bestuur zich, vooraleer het standpunt inneemt over het opstarten van een tuchtvordering, informeren; de verjaringstermijn loopt dan vanaf het ogenblik dat het over voldoende informatie beschikt.

Artikel 19, §1, van het besluit van 22 maart 1991 spreekt van de vaststelling of de kennisneming van een tuchtfeit “door de tuchtoverheid”. Hier is dit de raad van bestuur, een orgaan dat collegiaal beraadslaagt en beslissingen neemt. Bij uitbreiding wordt wel aangenomen dat de vaststelling of de kennisneming van strafbare feiten door één lid van een tuchtorgaan kan gelden als een kennisneming door het hele orgaan.

Betrokken op de feiten:
- feit 2(kennisneming van hoeveelheid aan feiten ivm incident in de turnzaal) is niet verjaard.
- ten aanzien van feit 1, het verloop van de klassenraad. De vaststelling van de feiten door de schooldirecteur op de klassenraad zelf vormen het startpunt van de verjaringstermijn. Dit is meer dan zes maanden voor de opstart van de tuchtprocedure door de raad van bestuur. Dit feit is verjaard.

Subsidiair aan het hierboven vermeld standpunt inzake de verjaring van de tuchtvordering op dit punt, is de Kamer van beroep van oordeel dat het dossier onvoldoende gegevens bevat om de tussenkomst van de verzoeker op de klassenraad van 17 en 18 februari 2020 als een tuchtfeit aan te houden.

De Kamer van beroep is van oordeel dat de verzoeker zich niet pedagogisch verantwoord gedragen heeft in de woordenwisseling met de leerling. Dit is een vergrijp dat niet door de beugel kan. Om de verzoeker aan te sporen zich in de toekomst verantwoordelijker te gedragen en de omwereld duidelijk te maken dat het foutief gedrag van de verzoeker effectief gestraft wordt, acht de Kamer van beroep het gepast hem een schorsing op te leggen. Door de duur ervan te beperkten tot drie dagen, wenst de Kamer van beroep aan te geven dat zij begrip heeft voor de moeilijkheden die de verzoeker ervaren heeft bij de opvoeding van moeilijke leerlingen, in de hoop dat hij zich in de toekomst professioneler zal gedragen wanneer hij door leerlingen uitgedaagd wordt.

 

2021-03 pdf bestandKVB_GO_beslissing03_2021.pdf (69 kB)

Feiten:

- verjaring
- niet-constructieve, zelfs negatieve houding op de klassenraad waarbij men collega bijviel in zijn hevige aanval op leerling waarbij sommige collega’s zich geïntimideerd voelden;
- houding tijdens incident met leerling, waarbij men buitensporig en op een niet pedagogische wijze reageerde (met termen als “klootzakken” en dreigementen met de klassenraad) toen  men een bal tegen zich aangeschopt kreeg en u nadien tijdens de bespreking met leerling een provocatieve houding aannam tegenover de leerling door hem te filmen toen hij in een discussie verwikkeld was met  collega.
- cynisch smartschoolbericht aan directeur waarbij men haar “bedankt” voor het herstelgesprek met leerling “dat natuurlijk nooit is doorgegaan”.

Bestreden beslissing:

schorsing gedurende drie dagen

Beslissing kamer van beroep: 

30 maart 2021 - de kamer van beroep bevestigt de tuchtstraf “schorsing gedurende drie dagen”.

Grond van de zaak:

De verzoeker voert in eerste instantie de verjaring van de tuchtvordering aan.

Het begrip “vaststelling of kennisneming” wordt in de reglementering niet nader gedefinieerd. De Kamer heeft zich steeds gealigneerd op de unanieme rechtsleer en rechtspraak waarin gesteld wordt dat, zo het zeker niet betekent dat er een duidelijk bewijs voorligt zoals dat bij de definitieve beslissing over de tuchtzaak vereist wordt, er toch voldoende nauwkeurige en bewijskrachtige gegevens moeten voorliggen die toelaten om met kennis van zaken een tuchtonderzoek op te starten. Dit om te vermijden dat al te lichtzinnig, louter op basis van geruchten, speculaties of onzekere gegevens, een tuchtprocedure wordt aangevat. Is een aangelegenheid onmiddellijk waarneembaar als tuchtfeit, dan valt de kennisneming samen met de vaststelling; in het andere geval zullen de gegevens van het dossier moeten uitwijzen wanneer er een voldoende kennis was om een tuchtzaak op te starten. In laatstgenoemd geval mag het bestuur zich, vooraleer het standpunt inneemt over het opstarten van een tuchtvordering, informeren; de verjaringstermijn loopt dan vanaf het ogenblik dat het over voldoende informatie beschikt.

Artikel 19, §1, van het besluit van 22 maart 1991 spreekt van de vaststelling of de kennisneming van een tuchtfeit “door de tuchtoverheid”. Hier is dit de raad van bestuur, een orgaan dat collegiaal beraadslaagt en beslissingen neemt. Bij uitbreiding wordt wel aangenomen dat de vaststelling of de kennisneming van strafbare feiten door één lid van een tuchtorgaan kan gelden als een kennisneming door het hele orgaan.

Betrokken op de feiten:
- feit 2(kennisneming van hoeveelheid aan feiten ivm incident in de turnzaal) is niet verjaard.
- ten aanzien van feit 1, het verloop van de klassenraad. De vaststelling van de feiten door de schooldirecteur op de klassenraad zelf vormen het startpunt van de verjaringstermijn. Dit is meer dan zes maanden voor de opstart van de tuchtprocedure door de raad van bestuur. Dit feit is verjaard.

Subsidiair aan het hierboven vermeld standpunt inzake de verjaring van de tuchtvordering op dit punt, is de Kamer van beroep van oordeel dat het dossier onvoldoende gegevens bevat om de tussenkomst van de verzoeker op de klassenraad van 17 februari 2020 als een tuchtfeit aan te houden.

De Kamer van beroep is van oordeel dat de verzoeker, inzonderheid wat betreft de feiten opgenomen in de tweede tenlastelegging, blijk gegeven heeft van onprofessioneel en laakbaar gedrag. Gewis kan aangenomen worden dat, wanneer een leerling het klimaat verzuurt, een leraar corrigerend optreedt, maar in dit geval heeft de verzoeker zich onmiskenbaar aan een overreactie schuldig gemaakt. Zijn mail aan de schooldirectrice en de algemeen directeur gaat in dezelfde richting, al kan men daarbij de -enigszins vergoelijkende- bedenking maken dat de tekst mogelijks geïnspireerd is door een als eigengereid en onwillig ervaren houding van de schooldirectie.

De Kamer van beroep is van oordeel dat de bewezen feiten een schorsing rechtvaardigen. Zij ziet, uitgaand van de ernst van de aangehouden inbreuken, geen reden om de duur van de schorsing te verminderen.

 

2021-02 pdf bestandKVB_GO_beslissing02_2021.pdf (68 kB)

Feiten:

- niet tijdig en volgens afspraak doorsturen van de examenopdrachten waardoor het examen diende verplaatst te worden;
- het stellen van volstrekt onprofessioneel en incorrect gedrag tijdens  klaspraktijk en binnen opdracht als leraar (voor leerlingen als ongepast aanvoelende uitspraken doen over zelfmoord; in de klas gooien met/op  de bank van een leerling leggen van gebruikte zakdoeken; citaten uit het leerlingenvolgsysteem in de klas voorlezen; het, al dan niet bij wijze van grap, geven van medicatie aan leerling)
- Het stellen van misplaatst gedrag tijdens oudercontact.

Bestreden beslissing:

schorsing gedurende vijf maanden

Beslissing kamer van beroep: 

30 maart 2021 - de kamer van beroep vervangt de tuchtstraf “schorsing gedurende vijf maanden” door de tuchtstraf “afhouding van wedde voor 10% gedurende 1 maand”.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep stelt vast dat geen betwisting bestaat over het bestaan van de verschillende feiten op zich. Alles draait rond de beoordeling ervan als laakbaar tuchtfeit. De eerste en de derde tenlastelegging worden niet als een tuchtfeit aangehouden. De tweede tenlastelegging, geïllustreerd door vier feiten, vormt daarentegen wel een tuchtfeit.

De Kamer van beroep is van oordeel dat de verzoeker een tuchtstraf verdient voor het vertonen van onprofessioneel en incorrect gedrag als leraar. Zij hoopt met de raad van bestuur dat hij het foutieve van zijn optreden inziet en dat deze tuchtstraf de aanzet mag zijn om zich met volle inzet en professionaliteit in te zetten voor de opvoeding van de hem toevertrouwde leerlingen, zo wat zijn leeropdracht als zijn omgang met leerlingen betreft.

De opgelegde tuchtstraf van vijf maanden schorsing komt de Kamer van beroep evenwel disproportioneel streng voor. Vooreerst is er de vaststelling dat de verzoeker sinds 7 januari 2020 preventief geschorst is en dat het bestuur na de vraag tot onderzoek aan de Onderzoekscel GO!, in de periode van 22 januari 2020 tot 30 november 2020 geen enkele onderzoeks- of proceduredaad gesteld heeft om de tuchtzaak op enige wijze vooruit te helpen. Vervolgens is er de vaststelling dat de feiten, die de aangehouden tenlastelegging onderbouwen, allen dagtekenen van een vorig schooljaar en dat blijkbaar in die tijd niemand er aan gedacht heeft om de feiten als tuchtvergrijpen aan de orde te stellen, maar ze enkel op te rakelen toen op 19 december 2019 een en ander misliep met het oudercontact.

De Kamer van beroep vindt, rekening houdend met de pasvermelde omstandigheden en met het feit dat de verzoeker in zijn opvoedende taak als leraar tekort geschoten is, een afhouding van wedde een aangepaste straf. Een beperkte afhouding -te dezen 10% van de wedde gedurende 1 maand- is in redelijke verhouding met de ernst van de bewezen tenlastelegging en wordt op dit ogenblik voldoende geacht opdat de verzoeker het verleden -waarin hij blijkens het dossier inderdaad duidelijk blijk gegeven heeft van bekritiseerbaar functioneren- achter zich te laten en zich optimaal in te zetten voor een kwaliteitsvolle onderwijsverstrekking.

 

2021-01 pdf bestandKVB_GO_beslissing01_2021.pdf (42 kB)

Feiten:

verzoeker wordt verdacht van malversaties met de facturatie voor werken voor derden toen hij TA was

Bestreden beslissing:

preventieve schorsing

Beslissing kamer van beroep: 

2 maart 2021 - de kamer van beroep bevestigt de preventieve schorsing

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep komt tot het besluit dat het dossier te weinig concrete gegevens bevat die toelaten te stellen dat het belang van het onderwijs of van de dienst vereist dat de verzoeker voor de duur van de tuchtvordering uit de school verwijderd wordt. Evenwel, acht slaand op artikel 59, §3, van het decreet rechtspositie personeel gemeenschapsonderwijs, vermag de Kamer van beroep de opgelegde preventieve schorsing slechts vernietigen “bij unanimiteit”. Die decretale verplichting primeert op de overwegingen die binnen de Kamer van beroep naar voren komen.