Beslissingen Kamer van Beroep 2020 - vrij onderwijs

2020-05 pdf bestandKvB_GVO_2020_05.pdf (335 kB)

Feiten:

vertrouwensbreuk met het schoolbestuur en alle beleids-, beleidsondersteunende en bestuursverantwoordelijken van de school

Bestreden beslissing:

terbeschikkingstelling voor twee jaar

Beslissing kamer van beroep: 

29 januari 2020 - de kamer van beroep vernietigt de tuchtmaatregel van de terbeschikkingstelling voor twee jaar

Grond van de zaak:

De kamer van beroep herhaalt haar vaste rechtspraak dat er een verschil is tussen gebrekkig functioneren en tucht.

De kamer van beroep gaat ervan uit dat het niet correct uitvoeren van de in de functiebeschrijving voorkomende opdrachten allereerst een kwestie van evaluatie is.

Bepaalde vormen van gebrekkige invulling van de opdrachten kunnen dermate frappant zijn dat als laakbare tekortkomingen kunnen worden beoordeeld De kamer van beroep heeft in het verleden ook reeds meermaals aanvaard dat ‘kleinere” problemen inzake gedrag finaal tot tucht (in plaats van evaluatie) kunnen leiden.

Er springen twee contactmomenten in het oog maar zonder bewijzen dat er specifiek over het probleem gesproken is, vastgesteld door Idewe. 

Ook tijdens de zitting werden geen concrete nieuwe feiten aangevoerd die als tuchtfeit aan te merken zijn, en niet als “gedragspatroon” van gebrekkig functioneren.

Er wordt weliswaar gewag gemaakt van een onhoudbare situatie, maar opnieuw leest de kamer van beroep daarin geen concrete feiten.

Zolang er geen sprake is van concrete feiten die uit onwil of ander laakbaar gedrag voortvloeien, kan de kamer van beroep niet anders dan tot de conclusie komen dat er hier een probleem van gebrekkig functioneren voorligt, zodat het gebruik van de tuchtprocedure niet de correcte stap is.

 

2020-04 pdf bestandKvB_GVO_2020_04.pdf (325 kB)

Feiten:

Ingaan tegen het arbeidsreglement betreffende het gebruik van de schooleigen ICT-middelen; ingaan tegen het gezag, integriteit en waardigheid van de schoolleiding; personeel en directie niet op een correcte en respectvolle manier te woord staan; ingaan tegen de deontologische ICT-code; ingaan tegen het gezag, de directie, het schoolbestuur; laster en eerroof t.o.v. de directie

Bestreden beslissing:

ontslag

Beslissing kamer van beroep: 

22 januari 2020 - de kamer van beroep bevestigt de tuchtmaatregel van het ontslag  

Grond van de zaak:

Verzoekende partij werpt een onregelmatigheid op, aangezien een getuige bij één van de tuchtfeiten, nadien blijkt deel uit te maken van de tuchtcommissie. De kamer van beroep wijst erop dat dit beroep devolutieve werking heeft, zodat een eventuele schending van het onpartijdigheidsbeginsel door de tuchtcommissie gedekt wordt door de behandeling van de zaak door de kamer van beroep.

Het betrokken personeelslid vraagt om stukken te weren uit de debatten, aangezien zij laattijdig werden toegevoegd. De kamer van beroep stelt vast dat zij beslist met devolutieve werking, dus op basis van het volledige dossier.

De kamer van beroep meent dat er in het dossier afdoende feiten bewezen zijn die de tuchtkwalificatie verdienen.

Uit verschillende incidenten met haar directie blijkt dat het personeelslid weigert om het hiërarchische gezag te aanvaarden wanneer de mening van de directie niet strookt met de hare, en dat zij hierop reageert op een manier die méér is dan louter onprofessioneel, maar als moedwillig dwarsliggen kan worden beschouwd.

Wat betreft de aard en proportionaliteit van de gekozen tuchtsanctie, de kamer van beroep neemt voldoende in aanmerking om de opgelegde straf weliswaar streng, maar niet kennelijk onredelijk, te bevestigen.

 

2020-03 pdf bestandKvB_GVO_2020_03.pdf (325 kB)

Feiten:

roddelen, zwart maken directie, afspraken niet nakomen

Bestreden beslissing:

blaam

Beslissing kamer van beroep: 

22 januari 2020 - de kamer van beroep vernietigt de tuchtmaatregel van de blaam   

Grond van de zaak:

De kamer meent dat van beide tuchtfeiten onvoldoende bewijs voorligt.

 

2020-02 pdf bestandKvB_GVO_2020_02.pdf (191 kB)

Feiten:

vastpakken van leerlingen, nijpen in de nek, tikken, slaan, op de knieën laten zitten, op de tenen trappen, duwen

Bestreden beslissing:

preventieve schorsing bij hoogdringendheid

Beslissing kamer van beroep: 

15 januari 2020 - de kamer van beroep bevestigt de ordemaatregel van de preventieve schorsing bij hoogdringendheid   

Grond van de zaak:

Art. 5 van het tuchtbesluit. De kamer van beroep is van mening dat het betrokken personeelslid met afdoende precisie werd meegedeeld welke beweerde feitelijkheden inzake grensoverschrijdend gedrag geuit werden. Ook de oproepingsbrief verduidelijkt dit. De kamer van beroep stelt vast dat er feitelijkheden zijn gepleegd die, indien ze bewezen zouden zijn, tuchtrechtelijk ingebed kunnen zijn. Deze beweerde feiten moeten in het kader van een procedure tot preventieve schorsing nog niet bewezen zijn, maar wel voldoende mate van waarachtigheid hebben om aanleiding te geven tot deze ordemaatregel.  De kamer van beroep stelt vast dat er meldingen werden gedaan die op beweerdelijk grensoverschrijdend gedrag wijzen.

De kamer van beroep volgt de redenering dat de schorsing noodzakelijk is in het belang van de dienst. Er ligt een dossier voor waarin het nog te voeren tuchtonderzoek wellicht deels op getuigenissen van leerlingen zal steunen, en het noodzakelijk is dat dit in de hoogst mogelijke sereniteit gebeurt.

 

2020-01 pdf bestandKvB_GVO_2020_01.pdf (163 kB)

Feiten:

kennis gekregen van een politioneel onderzoek, beschuldigingen mbt fysiek grensoverschrijdend gedrag tav één of meerdere leerlingen, buiten schoolverband

Bestreden beslissing:

preventieve schorsing bij hoogdringendheid

Beslissing kamer van beroep: 

15 januari 2020 - de kamer van beroep bevestigt de ordemaatregel van de preventieve schorsing bij hoogdringendheid   

Grond van de zaak:

Art. 5 van het tuchtbesluit. De kamer stelt vast dat de oproepingsbrief algemeen beschrijft waarover het politioneel onderzoek gaat, verzoekende partij reeds werd ondervraagd en zo afdoende op de hoogte is gesteld van de redenen van de preventieve schorsing.

De kamer van beroep stelt vast dat er feitelijkheden zijn gepleegd die, indien ze bewezen zouden zijn, tuchtrechtelijk ingebed kunnen zijn. Deze beweerde feiten moeten in het kader van een procedure tot preventieve schorsing nog niet bewezen zijn, maar wel voldoende mate van waarachtigheid hebben.

Wat betreft de vraag of een preventieve schorsing bij hoogdringendheid in het belang van de dienst is, oordeelt de kamer van beroep dat zulks het geval is.