Beslissingen Kamer van beroep 2020 - Gemeenschapsonderwijs

2020-11 pdf bestandKVB_GO_beslissing11_2020.pdf (48 kB)

Feiten

het bewerken van een factuur door het wegnemen van zijn persoonsgegevens op een factuur van een Nederlandse firma, die door het personeelslid geprefinancierd werd met het oog op het via een onkostennota terugvorderen bij de scholengroep

Bestreden beslissing:

Tuchtmaatregel schorsing gedurende 1 dag

Beslissing kamer van beroep: 

16 juni 2020 - de kamer van beroep zet de tuchtmaatregel schorsing  1 dag om in de tuchtmaatregel blaam.

Grond van de zaak:

De verzoeker heeft een factuur gemanipuleerd om op die wijze moeilijkheden in verband met de terugbetaling door het schoolbestuur uit de weg te gaan. Dit is  op zich foutief gedrag dat tuchtrechtelijk optreden rechtvaardigt.

Daartegenover staan in dit geval een aantal elementen die het vergrijp van de verzoeker afzwakken tot een laakbare stommiteit: hij blijkt met zijn manipulatie geen kwaad opzet beoogd te hebben, ten bewijze waarvan vastgesteld wordt dat hij in eerste instantie de factuur in origineel -dus met vermelding van zijn persoonsgegevens- aan de rekenplichtige heeft overhandigd; hij werd op het spoor van zijn daad gezet door overleg met de rekenplichtige, die hem wou helpen bij een spoedige terugbetaling van de kosten die hij uit eigen middelen betaalde; de verwerende partij betwist niet dat, ware de procedure van terugbetaling correct gevolgd, de verzoeker de gemaakte kosten zou teruggekregen hebben.

Door onbesuisd het recht in eigen handen te nemen, terwijl hij goed moest weten dat manipulatie van geschriften in alle gevallen verboden is, heeft de verzoeker een tuchtinbreuk gepleegd die niet onbestraft kan blijven.

De omstandigheden waarin de inbreuk kadert leiden de Kamer van beroep evenwel tot de conclusie dat het kan volstaan de verzoeker te bestraffen met een morele tuchtsanctie, de blaam.

 

2020-10B pdf bestandKVB_GO_beslissing10B_2020.pdf (31 kB)

Feiten:

ontoelaatbaar gedrag tegenover leerlingen, op opendeurdag school ten zeerste afraden  “omdat het een zeer racistische school is”.

Bestreden beslissing:

ontslag om dringende redenen

Beslissing kamer van beroep: 

16 juni 2020 – het beroep is onontvankelijk

Grond van de zaak:

Krachtens artikel 24 van het decreet rechtspositie personeel gemeenschapsonderwijs moet het beroep tegen een ontslag om dringende redenen ingediend worden “binnen de vijf kalenderdagen na de ontvangst van het ontslag”. Daarbij aansluitend bepaalt artikel 33 undecies, §1, vijfde lid, van het besluit van 22 mei 1991 van de Vlaamse regering omtrent de evaluatie, maatregelen van orde en tucht in het gemeenschapsonderwijs, dat de beroepstermijn begint te lopen “op de dag nadat het personeelslid met een aangetekende brief op de hoogte is gebracht van de dringende redenen”. Het betreft een vervaltermijn.

Te dezen is de aangetekende brief met de redenen van het ontslag van de verzoeker aangetekend ter post verzonden op vrijdag 9 maart 2020. Hij is aan de verzoeker aangeboden op dinsdag 10 maart 2020 met achterlating van een bericht van ontvangst en door hem in ontvangst genomen op 11 maart 2020.

Zoals de Kamer van beroep reeds eerder stelde (GO/2018/03/2 februari 2018; GO/2012/05/27 juni 2012) is het niet de fysieke ontvangst van de aangetekende zending die de beroepstermijn doet lopen, maar de dag van aanbieding van de zending op het adres van de betrokkene.

Een en ander doet besluiten dat de beroepstermijn waarover de verzoeker beschikte -een vervaltermijn- aangevangen is op woensdag 11 maart 2020 en dat hij liep tot zondag 15 maart 2020, de laatste dag waarop het beroepsschrift ingediend kon worden (zie GO/2017/08/20 april 2017).

Het beroepsschrift, ingediend op maandag 16 maart 2020, is laattijdig en het beroep is niet ontvankelijk.

 

2020-10A pdf bestandKVB_GO_beslissing10A_2020.pdf (42 kB)

Feiten:

leerlingen oneerbaar aanraken

Bestreden beslissing:

ontslag om dringende redenen

Beslissing kamer van beroep: 

10 juni 2020 - de kamer van beroep vernietigt het ontslag om dringende redenen

Grond van de zaak:

Artikel 24 van het rechtspositiedecreet bepaalt de voorwaarden waaronder een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor bepaalde duur om dringende redenen kan worden ontslagen. Een van de voorwaarden is dat het bestuur “binnen drie werkdagen na het ontslag” met een aangetekende brief aan de betrokkene kennis geeft van de dringende redenen die het ontslag rechtvaardigen. Het betreft een substantiële voorwaarde, want voorgeschreven in het belang van het betrokken personeelslid.

Te dezen blijkt uit de fiche van vaststelling, opgemaakt op 5 maart 2020, dat de verzoeker op maandag 2 maart 2020 ontslagen is. Blijkens de vermeldingen wordt de fiche op vrijdag 6 maart 2020 met een aangetekende brief ter kennis van de verzoeker gebracht, die de brief ontvangt op 9 maart 2020. Gerekend vanaf 2 maart 2020 moest het bestuur uiterlijk op donderdag 5 maart 2020 een aangetekende brief met de redenen van het ontslag aan de verzoeker verzenden.

De verwerende partij bewijst niet dat zij die verplichting nageleefd heeft. Zij stelt integendeel zelf dat de aangetekende brief aan de verzoeker op vrijdag 6 maart 2020 verzonden is. 

De verwerende partij heeft een dwingend voorschrift voor het ontslag van de verzoeker niet nageleefd. Het ontslag is onregelmatig.

 

2020-08 pdf bestandKVB_GO_2020_beslissing08.pdf (50 kB)

Feiten:

zonder toestemming school verlaten in gezelschap van enkele leerlingen;  zonder medeweten directie schroot van school wegbrengen naar oud-ijzerhandelaar zonder achteraf opbrengst te hebben afgegeven aan directeur of financieel medewerker; betalingsbewijsjes achteraf van aankopen bedoeld voor de school voorgelegd tonen niet aan dat opbrengsten voor school werden gebruikt; 25 euro afgetroggeld van een leerling die auto zou bevuild hebben en ermee gedreigd om bedrag bij niet-betaling met 5 euro per dag te laten stijgen; 1 dag ongewettigde afwezigheid.

Bestreden beslissing:

tuchtmaatregel ontslag

Beslissing kamer van beroep: 

10 juni 2020 - de kamer van beroep vernietigt de tuchtmaatregel ontslag en legt de tuchtmaatregel schorsing gedurende 6 maanden op.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep is van oordeel dat de verzoeker zijn deontologische verplichtingen niet heeft nageleefd.

Indien de handel in oud ijzer die de verzoeker heeft opgezet en de verplaatsingen naar de ijzerhandelaar -beiden zonder toestemming van het schoolbestuur- zeker een tuchtinbreuk vormen, dan pleit toch voor de verzoeker dat uit niets blijkt dat hij persoonlijk gewin heeft nagestreefd. Voorts blijkt het bestuur zelf ook niet geheel vrij te pleiten, waar het in gebreke is gebleven om klaar en duidelijk algemene richtlijnen te verspreiden over de wijze waarop de leraars hun persoonlijke initiatieven moeten inbedden in de werking van de school.

De Kamer van beroep beoordeelt de tuchtinbreuk waarbij de verzoeker een leerling deed betalen voor de ‘schade’ aan zijn wagen op zich als zeer ernstig. Dergelijke misgreep valt niet te rechtvaardigen.

Globaal genomen heeft de Kamer van beroep ook oog voor het gegeven dat de verzoeker zonder problemen gedurende 14 jaar in de school gefunctioneerd blijkt te hebben.  De misstappen die hij heeft begaan zijn dan ook niet van die aard dat zij geacht moeten worden de vertrouwensrelatie met het bestuur definitief onderuit te hebben gehaald.

Alle voormelde elementen in acht genomen is de Kamer van beroep van oordeel dat de tuchtstraf van het ontslag te zwaar is en dat de tuchtstraf van de schorsing gedurende zes maanden gepast is.

2020-07 pdf bestandKvB_GO_2020_beslissing07.pdf (32 kB)

Feiten:

vastgrijpen borsten personeelslid

Bestreden beslissing:

ontslag om dringende redenen

Beslissing kamer van beroep: 

18 februari 2020 - de kamer van beroep bevestigt het ontslag om dringende redenen

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep is van oordeel dat het in aanmerking genomen feit als bewezen voorkomt en dat het om een ernstig feit gaat dat geen verontschuldiging kan krijgen en dat terecht gesanctioneerd is met het ontslag om dringend reden.  Het ontsla om dringende reden wordt bevestigd.

 

2020-06 pdf bestandKVB_GO_2020_beslissing06.pdf (44 kB)

Feiten:

leerling hardhandig de klas uitsturen met trekken aan de haren, een leerling bij de keel grijpen, roepen tegen de leerlingen en gebruik van scheldwoorden.

Bestreden beslissing:

Tuchtmaatregel schorsing gedurende zes maanden

Beslissing kamer van beroep: 

10 juni 2020 - de kamer van beroep zet de tuchtmaatregel schorsing gedurende zes maanden om in de tuchtmaatregel schorsing tot en met 15 augustus 2020.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep is van oordeel dat het feiten bewezen zijn. Wat de strafmaat betreft volgt de Kamer van beroep de redenering van de Algemeen Directeur in die zin dat de verzoekster gewis ernstig aan haar ambtsplichten tekortgekomen is, maar dat zij ten ene male -en niet voor herhaling vatbaar- clementie verdient.

Waar de Algemeen Directeur ook verwijst naar de “relatief lange periode waarin de verzoekster preventief geschorst is”, merkt de Kamer van beroep enerzijds op dat een preventieve schorsing geen voorafname is op een tuchtstraf, maar is zij anderzijds van oordeel dat in het dossier geen gegeven teruggevonden wordt dat voor de Algemeen Directeur een reden kon zijn om deze relatief eenvoudige zaak van geweld tegen kinderen en ongepast taalgebruik gewoon te laten rusten tot de afloop van het strafonderzoek hem werd medegedeeld; niets verhinderde hem het eigen administratief onderzoek -waarin hij reeds beschikte over verklaringen van ouders en kinderen- te vervolledigen teneinde aldus de situatie van de verzoekster binnen een redelijke termijn uit te klaren. Dat de verzoekster van in den beginne preventief geschorst was had hem moeten aanzetten om de zaak te bespoedigen. Dit brengt de Kamer van beroep tot het besluit dat een schorsing voor de duur van zes maanden, opgelegd bijna twee jaar na de feiten, te zwaar is.

De redenering van de Algemeen Directeur dat hij de verzoekster de mogelijkheid wenste te geven om “volgend schooljaar de dienst te hervatten” doortrekkend, beperkt de Kamer van beroep, in de hoop dat de verzoekster in de toekomst strikt de hand zal houden aan haar opstelling tegenover haar leerlingen, de straf tot een schorsing vanaf de aanzegging van onderhavige beslissing tot 15 augustus 2020.

2020-05 pdf bestandKvB_GO_2020_beslissing05.pdf (43 kB)

Feiten:

ongepast seksueel gedrag, intimidatie van beginnende leerkrachten, isolatie van kritische leerkrachten  door een schooldirecteur.– opstarten tuchtonderzoek

Bestreden beslissing:

preventieve schorsing

Beslissing kamer van beroep: 

18 februari 2020 - de kamer van beroep bevestigt de preventieve schorsing

Grond van de zaak:

De Kamer van Beroep stelt dat los van de algemene vaststelling dat het in redelijkheid verantwoord is om, teneinde het regelmatig verloop en de sereniteit van het onderzoek te garanderen, een schooldirecteur buiten de dienst te houden wanneer tegen hem een tuchtonderzoek loopt met betrekking tot feiten waarover het personeel ongeremd verklaringen moet kunnen afleggen -hij bekleedt immers een gezagspositie ten opzichte van het personeel en ziet daarin mogelijk kansen om het onderzoek te hinderen-, vormen in casu vaststellingen door de Arista-verslaggever een versterking van dat standpunt.  De Kamer van beroep beslist om de preventieve schorsing te bevestigen.

 

2020-04 pdf bestandKvB_GO_2020_beslissing04.pdf (26 kB)

Feiten:

beroep is onontvankelijk aangezien het verzoekschrift niet aan de voorgeschreven vormvoorschriften voldoet en het beroep niet gemotiveerd is.

Bestreden beslissing:

Tuchtmaatregel ontslag

Beslissing kamer van beroep: 

10 maart 2020 – het beroep tegen de beslissing van de raad van bestuur waarbij verzoeker de tuchtmaatregel van het ontslag wordt opgelegd, is onontvankelijk.

 

2020-03 pdf bestandKvB_GO-beslissing03-2020.pdf (36 kB)

Feiten:

slecht functioneren, gebrek aan voorbereiding lessen/opdrachten, foutief ingeven punten waardoor beraadslaging van de klassenraad niet op een correcte manier kon verlopen.

Bestreden beslissing:

ontslag om dringende redenen

Beslissing kamer van beroep: 

28 januari 2020 - de kamer van beroep vernietigt het ontslag om dringende redenen

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep is van oordeel dat het bewijs van dringende reden die de schooldirecteur toeliet om verzoeker met onmiddellijke toegang te ontslaan, niet voorligt. Het ontslag om dringende redenen wordt vernietig

 

2020-01 pdf bestandKvB_GO_2020_beslissing01.pdf (63 kB)

Feiten:

als rekenplichtige weet hebben van financiële malversaties in hoofde van directeur en nalaten om hiervan melding te doen bij de scholengroep.

Bestreden beslissing:

Tuchtmaatregel ontslag

Beslissing kamer van beroep: 

2 maart 2020 - de kamer van beroep vernietigt de tuchtmaatregel ontslag en legt de tuchtmaatregel terbeschikkingstelling tot en met 31 augustus 2021.

Grond van de zaak:

De Kamer van beroep is van oordeel dat het feiten bewezen zijn en onderschrijft volledig de overwegingen die de raad van bestuur ontwikkeld heeft om de strafmaat te bepalen. Zonder afbreuk te doen aan de ernst van de feiten en aan het gegeven dat de verzoekster haar verantwoordelijkheid totaal ontlopen heeft, vindt de Kamer van beroep wel dat enige clementie kan betoond worden omdat de verzoekster in een hiërarchische structuur stond en van daaruit dagdagelijks met de schooldirecteur samenwerkte. Vanuit dat oogpunt kan enig begrip opgebracht worden voor een algemeen terughoudende opstelling van de verzoekster, zeker nu uit het dossier blijkt dat de verzoekster op eerder aan de onderzoekers van het GO! verklaarde dat in het verleden een onderzoek gebeurde naar schriftvervalsing in de school en dat dit onderzoek uitdraaide op de vraag “wie de mol was” en zij zich daarom voornam “om te horen, te zien en te zwijgen”. Ook de omstandigheid dat de verzoekster zich niet persoonlijk verrijkt heeft of zich van een ander voordeel verzekerd heeft spreekt enigszins in haar voordeel.

Vanuit dat oogpunt is de Kamer van beroep van oordeel dat de verzoekster, nu de schooldirecteur met een tuchtmaatregel uit de school verwijderd is, een tweede kans mag krijgen en dat de tuchtmaatregel van de terbeschikkingstelling tot 31 augustus 2021 de gepaste straf is voor de ernstige deontologische fouten die zij begaan heeft