Beslissingen college van beroep 2019 - officieel onderwijs

2019-07 pdf bestandbeslissing CVB GOO 2019 7.pdf (104 kB)

Feit:

evaluatie

Bestreden beslissing:

evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’

Beslissing:

3 oktober 2019 – het college van beroep neemt akte van de afstand van het beroep

Grond van de zaak:

 

2019-06 pdf bestandbeslissing CVB GOO 2019 6.pdf (89 kB)

Feit:

evaluatie

Bestreden beslissing:

evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’

Beslissing:

1 oktober 2019 – het college van beroep vernietigt de evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’

Grond van de zaak:

In juni wordt het evaluatieverslag met als eindconclusie “onvoldoende” overhandigd en voor ontvangst getekend door de verzoekende partij, zonder vermelding van de beroepsmogelijkheden.

Er werd later opnieuw een evaluatieverslag met eindconclusie “onvoldoende” opgemaakt, deze keer met vermelding van de beroepsmogelijkheden.

Verzoekende partij is van oordeel dat het nieuwe evaluatieverslag, met toevoeging van de beroepsmogelijkheden, als een nieuw evaluatieverslag dient te worden aanzien. Op het ogenblik van het nieuwe evaluatieverslag was betrokkene echter niet meer in dienst dus kunnen aan deze beslissing geen rechtsgevolgen worden gegeven.

Het decreet rechtspositiedecreet belet niet dat het evaluatieverslag met de oorspronkelijke evaluatiebeslissing opnieuw aan het personeelslid wordt meegedeeld, maar met vermelding van de beroepsmogelijkheden. Er is decretaal ook geen vervaltermijn binnen dewelke het evaluatieverslag moet worden overgemaakt.

Vanuit het standpunt van decreet loopt een tijdelijke aanstelling ten einde op het einde van het schooljaar, dat is 31 augustus. Onjuist is dat die evaluatie voor het personeelslid geen gevolgen kan hebben. De vernietiging opent voor het personeelslid toch het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Verzoekende partij heeft in het algemeen een belang bij de vernietiging.

Een geïndividualiseerde functiebeschrijving ontbreekt. Verzoekende partij kan niet rechtsgeldig geëvalueerd worden.

 

2019-05 pdf bestandbeslissing CVB GOO 2019 5.pdf (90 kB)

Feit:

evaluatie

Bestreden beslissing:

evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’

Beslissing:

1 oktober 2019 – het college van beroep vernietigt de evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’

Grond van de zaak:

In juni wordt het evaluatieverslag met als eindconclusie “onvoldoende” overhandigd en voor ontvangst getekend door de verzoekende partij, zonder vermelding van de beroepsmogelijkheden.

Er werd later opnieuw een evaluatieverslag met eindconclusie “onvoldoende” opgemaakt, deze keer met vermelding van de beroepsmogelijkheden.

Verzoekende partij is van oordeel dat het nieuwe evaluatieverslag, met toevoeging van de beroepsmogelijkheden, als een nieuw evaluatieverslag dient te worden aanzien. Op het ogenblik van het nieuwe evaluatieverslag was betrokkene echter niet meer in dienst dus kunnen aan deze beslissing geen rechtsgevolgen worden gegeven.

Het decreet rechtspositiedecreet belet niet dat het evaluatieverslag met de oorspronkelijke evaluatiebeslissing opnieuw aan het personeelslid wordt meegedeeld, maar met vermelding van de beroepsmogelijkheden. Er is decretaal ook geen vervaltermijn binnen dewelke het evaluatieverslag moet worden overgemaakt.

Vanuit het standpunt van decreet loopt een tijdelijke aanstelling ten einde op het einde van het schooljaar, dat is 31 augustus. Onjuist is dat die evaluatie voor het personeelslid geen gevolgen kan hebben. De vernietiging opent voor het personeelslid toch het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Verzoekende partij heeft in het algemeen een belang bij de vernietiging.

Een geïndividualiseerde functiebeschrijving ontbreekt. Verzoekende partij kan niet rechtsgeldig geëvalueerd worden.

 

2019-04 pdf bestandbeslissing CVB GOO 2019 4.pdf (78 kB)

Feit:

evaluatie

Bestreden beslissing:

evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’

Beslissing:

28 augustus 2019 – het college van beroep vernietigt de evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’

Grond van de zaak:

Een evaluatieverslag met eindconclusie “onvoldoende” moet op straffe van nietigheid steeds de beroepsmogelijkheden bevatten.

 

2019-03 pdf bestandbeslissing CVB GOO 2019 3.pdf (78 kB)

Feit:

evaluatie 

Bestreden beslissing:

evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’

Beslissing:

28 augustus 2019 – het college van beroep vernietigt de evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’

Grond van de zaak:

Een evaluatieverslag met eindconclusie “onvoldoende” moet op straffe van nietigheid steeds de beroepsmogelijkheden bevatten.

 

2019-02 pdf bestandbeslissing CVB GOO 2019 2.pdf (138 kB)

Feit:

evaluatie

Bestreden beslissing:

evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’

Beslissing:

17 september 2019 – het college van beroep bevestigt de evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’

Grond van de zaak:

Het beroepsschrift wordt gericht aan de kamer van beroep voor het gesubsidieerd officieel onderwijs terwijl het een evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’ betreft en de kamer voor het gesubsidieerd officieel onderwijs van het college van beroep dient te worden aangeschreven. Na intern overleg wordt geoordeeld dat het duidelijk om een beroep gaat tegen een evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’ en de kamer voor het gesubsidieerd officieel onderwijs van het college van beroep wordt samengeroepen.

Het valt het College van Beroep op dat verzoekende partij inhoudelijk weinig of geen weerwerk biedt op de reeds gedurende enkele jaren vastgestelde pijnpunten. Verzoekende partij faalt op essentiële onderdelen van haar onderwijsopdracht en er is geen verbetering of remediëring vast te stellen. Overigens wordt in het evaluatieverslag met betrekking tot enkele onderdelen die een ‘voldoende’ scoorden toch ook aangegeven dat het criterium een aandachtspunt is.

 

2019-01 pdf bestandbeslissing CVB GOO 2019 1.pdf (176 kB)

Feit:

evaluatie 

Bestreden beslissing:

evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’

Beslissing:

21 februari 2019 – het college van beroep bevestigt de evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’ 

Grond van de zaak:

Verzoekende partij dient een wrakingsverzoek in tegen de voorzitter en vijf leden van de kamer. Het verzoek steunt op het motief dat de voornoemde personen deelgenomen hebben aan de beslissing waarbij de kamer van beroep een tuchtstraf heeft opgelegd. De kamer van beroep verwerpt het verzoek op volgende gronden: tucht en evaluatie hebben een andere juridische grondslag en een andere finaliteit.

 

Het college van beroep herinnert eraan dat het zijn appreciatie niet in de plaats mag stellen van de evaluator en dat het de evaluatie met de eindconclusie ‘onvoldoende’ enkel kan vernietigen op grond van de motieven vermeld in het decreet.

Het college van beroep heeft dus niet de bevoegdheid om de evaluatie van een personeelslid over te doen. Het moet nagaan of de bestreden evaluatiebeslissing op een zorgvuldige en kwaliteitsvolle manier is gebeurd en het dient de redelijkheid van de evaluatie te beoordelen.

 

Verzoekende partij voert aan: er bevond zich geen functiebeschrijving in het dossier; de evaluatie beschrijft niet het volledig functioneren; geen mogelijkheid om gedrag aan te passen; geen functioneringsgesprekken; geen bijstand tijdens het functioneringsgesprek; de evaluator kan zich niet onpartijdig gedragen; evaluatiedossier is niet volledig.

Verzoekende partij heeft een functiebeschrijving ondertekend. Het evaluatieverslag neemt inderdaad niet punctueel de aandachtspunten uit de functiebeschrijving over, dit is niet vereist.

De functioneringsgesprekken waren erop gericht de wederindiensttreding te organiseren.

Het college van beroep is van oordeel dat verwerende partij voldoende inspanningen heeft gedaan om met verzoekende partij in dialoog te gaan en haar te coachen.

 

Het college van beroep kan zich overigens niet van de indruk ontdoen dat verzoekende partij een verkeerd beeld heeft van de hiërarchische band waarin zij haar functie moet uitoefenen.

Blijft wel de verwijzing naar de mislukking van de professionele bemiddeling, naar de tuchtstraf die het “aanhoudend karakter van de zware problemen” aantoont, naar het onrespectvol gedrag.