Beslissingen College van Beroep 2021 - Officieel Onderwijs

2021-04 pdf bestandCvB-GOO-2021-04.pdf (92 kB)                   

Feit: 

Evaluatie.

Bestreden beslissing:

Evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’.

Beslissing:

30 september 2021 – het college van beroep neemt akte van het afstand van beroep.

Grond van de zaak:

Verzoeker doet afstand van beroep.

 

2021-03 pdf bestandCvB-GOO-2021-03.pdf (147 kB)                   

Feit: 

Evaluatie.

Bestreden beslissing:

Evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’.

Beslissing:

30 september 2021 – het college van beroep vernietigt de bestreden beslissing.

Grond van de zaak:

Verzoeker werpt de partijdigheid van de eerste evaluator en de miskenning van de regels en de geest van functiebeschrijving en evaluatie op.

De verzoeker leidt de partijdigheid van de eerste evaluator af uit het feit dat kort na zijn aantreden de eerste evaluator in een negatieve sfeer is begonnen aan functioneringsgesprekken, waarbij in het eerste reeds een aantal negatieve werkpunten werden gesignaleerd, en in het tweede reeds de conclusie werd geformuleerd van een tussentijdse ‘evaluatie’ die sterk neigt naar negatief. Een derde functioneringsgesprek volgde eind dat jaar. Verzoekende partij geeft ook aan niet minder dan 6 maal te zijn geobserveerd in haar lessen, waarvan 4 keer door de eerste evaluator en 2 keer door adjunct directeur.

Het college van beroep is van standpunt dat de taak en de opdracht is van de eerste evaluator om in het belang van de school het onderwijs verstrekt door de verzoeker te evalueren. Het is niet omdat er negatieve punten naar voren komen dat de eerste en de tweede evaluator niet meer onpartijdig kunnen opereren. Uit de stukken van het dossier blijkt niet dat er een niet-toegelaten persoonlijke animositeit is vanwege de eerste evaluator. Verzoeker geeft toe niet perfect te zijn, te moeten werken aan werkpunten en betwist niet een klastoezicht te hebben geweigerd. Als de eerste evaluator een fout maakt, wordt dat toegegeven en excuses aangeboden. Dit wijst geenszins op vooringenomenheid.

De verzoeker voert het gebrek aan motieven die de eindconclusie “onvoldoende” in rechte en in feite aanvaardbaar maken.

Het college van beroep mag zich niet in de plaats stellen van de evaluatoren en heeft een veeleer marginale toetsingsbevoegdheid. Het college oordeelt wel dat de evaluatie voldoende terugkoppelt naar de functiebeschrijving. Het evaluatieverslag verwijst uitdrukkelijk naar de punten in de functiebeschrijving waarvoor de werk- en verbeteringspunten niet zijn weggewerkt. Bij de evaluatie zijn gedetailleerde klasobservaties gevoegd. Het college is van oordeel dat de evaluatie met de eindconclusie “onvoldoende” steunt op motieven die de toekenning van die evaluatie in rechte en in feite aanvaardbaar maken.

De verzoeker voert aan dat er minstens geen redelijke verhouding is tussen de feiten en de eindevaluatie “onvoldoende”. Zij voert aan zoals elk personeelslid werkpunten te hebben en bereid te zijn die aan te passen.

De verzoeker functioneert als lesgever van de laag geschoolde doelgroepen zeker niet feilloos. Maar noch het dossier, noch de behandeling van het geschil ter zitting vermochten het college van beroep te overtuigen van de redelijke verhouding tussen de vastgestelde fouten van de verzoekende partij in haar lesgeven en de eindevaluatie “onvoldoende”. Concreet blijkt niet dat de verzoekende partij dermate gebrekkig functioneert dat haar falen redelijkerwijze een globale evaluatie “onvoldoende” verantwoordt.

 

2021-02 pdf bestandCvB-GOO-2021-02.pdf (153 kB)                  

Feit: 

Evaluatie.

Bestreden beslissing:

Evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’.

Beslissing:

17 juni 2021 – het college van beroep vernietigt de bestreden beslissing.

Grond van de zaak:

De verweerder heeft niet het volledig evaluatiedossier overgemaakt aan de verzoeker nadat deze erom gevraagd heeft, en dit met het argument dat de verzoeker alle stukken al in het bezit had, en terwijl de verzoeker reeds binnen de 20 kalenderdagen na de overhandiging van het negatieve evaluatieverslag op straffe van onontvankelijkheid beroep moet aantekenen.

Het is evenwel volstrekt onduidelijk welke stukken de verzoeker reeds in het bezit had en welke niet. Een deel van de bewijstukken ter ondersteuning van het beweerde gebrekkig functioneren had de verzoeker zeker niet vermits het gaat om ongetekende verklaringen van 14 juni 2021, zijnde een tijdstip nadat reeds beroep werd aangetekend.

De verzoeker heeft alleen op basis van een functioneringsverslag van 10 juni 2020, enig mailverkeer en een summier evaluatieverslag van 3 pagina’s, zonder bijlagen of dossier, beroep moeten aantekenen. Daarmee holde de verweerder het recht uit van de verzoeker om gemotiveerd beroep aan te tekenen.

De verweerder heeft niet binnen de termijn van 12 kalenderdagen een afschrift van het volledig dossier, waarop  de evaluatie ‘onvoldoende’ steunt, opgestuurd aan het secretariaat van het college van beroep en aan de verzoeker.

De stukken en de ‘repliek beroepsschrift’ die de verwerende partij op 14 en 15 juni 2021 heeft overgemaakt aan het secretariaat van het college van beroep worden krachtens artikel 4 van het werkingsreglement van de kamer voor het gesubsidieerd officieel onderwijs van het college van beroep van 6 november 2008 uit de debatten geweerd.

 

2021-01 pdf bestandCvB-GOO-2021-01.pdf (89 kB)                    

Feit: 

Evaluatie.

Bestreden beslissing:

Evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’.

Beslissing:

17 juni 2021 – het college van beroep neemt akte van het afstand van beroep.

Grond van de zaak:

Verzoeker doet afstand van beroep.