2019 - officieel onderwijs

2019-04 pdf bestandkvb_goo_2019-4.pdf (99 kB)

Feiten:

kennisname van een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg

Bestreden beslissing:

ontslag van ambtswege

Beslissing kamer van beroep: 

20 februari 2019 - de kamer van beroep vernietigt de tuchtmaatregel van het ontslag van ambtswege  

Grond van de zaak:

De toezending van het dossier - rechten van verdediging; verzoekende partij maakt niet duidelijk hoe de laattijdige zending haar rechten van verdediging zou miskend hebben. Neerleggen van een pleitnota ter zitting. Stukken in het dossier voor de kamer van beroep die ontbraken in het dossier dat bij de gemeenteraad voorlag. De kamer oordeelt dat de stukken deel uitmaken van het dossier. Verzoekende partij zet in haar beroep onder meer uiteen dat de oproeping geen melding maakt van een “duidelijk omschreven voorstel van tuchtstraf.  Verwerende partij had de verplichting om in de oproeping duidelijk te stellen welke tuchtstraf, voorzien in artikel 64 van het decreet, de gemeenteraad voor ogen hield. De oproeping voldoet niet aan die voorwaarde.

 

2019-03 pdf bestandkvb_goo_2019-3.pdf (152 kB)

Feiten:

gelden van de school niet correct besteden

Bestreden beslissing:

schorsing voor de duur van één jaar

Beslissing kamer van beroep: 

12 februari 2019 - de kamer van beroep vernietigt de tuchtmaatregel van de schorsing voor de duur van één jaar – de kamer van beroep legt de tuchtmaatregel van de schorsing tot en met 15 augustus 2019 op 

Grond van de zaak:

Over de aanstelling van de tuchtonderzoeker en het gevoerde tuchtonderzoek: Verzoekende partij toont het bestaan niet aan van een algemene of gemeentelijke     regeling inzake het verloop van een tuchtonderzoek. Verzoekende partij brengt ook     geen enkel gegeven aan om te twijfelen aan de objectiviteit. Dat het tuchtonderzoek niet binnen een redelijke termijn gevoerd werd komt de kamer over als een valabel argument. De miskenning vitieert de hele tuchtprocedure niet.  Het betrekken van “nieuwe feiten” in de actuele tuchtprocedure; krijgt het bestuur kennis van andere vergrijpen dan is het de evidentie dat de aanklacht wordt     uitgebreid.  De oproeping voor de hoorzitting: er werd aan de verplichting voldaan. Wat betreft het verschil tussen het dossier “preventieve schorsing” en in  de tuchtzaak; een mogelijke nalatigheid heeft de procedure niet decisief kunnen vitiëren. Het karakter van een “verkapte evaluatie”. De kamer besluit dat de tuchtzaak tegen verzoekende partij ten gronde kan en moet onderzoeken. Los van de betwisting van de feiten en hun tuchtrechtelijk karakter stelt verzoekende partij dat het bestuur, door zijn private bestanden op de server van de gemeente te       plaatsen, zijn ‘privéleven’ geschonden heeft.  De kamer van beroep weerhoudt een tenlastelegging niet. Dit is een element dat in overweging dient genomen te worden bij het bepalen van de strafmaat. Evenzeer moet gezegd dat verwerende partij lange tijd geen voortgang gemaakt heeft met het tuchtonderzoek. Daar tegenover staat dat het laptopincident een zeer ernstige inbreuk vormt op de plichtenleer.

 

2019-02 pdf bestandkvb_goo_2019-2.pdf (116 kB)

Feiten:

op ongeoorloofde en ongepaste wijze leerlingen aanspreken, minachtende uitlatingen over collega’s en directie, openlijk agressief gedrag t.a.v. collega’s en directie, niet respecteren werktijden

Bestreden beslissing:

preventieve schorsing

Beslissing kamer van beroep: 

6 februari 2019 - de kamer van beroep bevestigt de ordemaatregel van de preventieve schorsing  

Grond van de zaak:

De kamer van beroep stelt vast dat verzoekende partij beroep instelt tegen twee beslissingen van het college van burgemeester en schepenen: een eerste waarbij zij bij hoogdringendheid preventief geschorst wordt en een tweede waarbij de preventieve schorsing bevestigd wordt, na verzoekende partij gehoord te hebben. De 1ste beslissing wordt opgeslorpt door de 2e; geen voorwerp meer.  Verzoekende partij stelt dat de beslissing gebrekkig is om reden dat (1) op de hoorzitting de raadslieden van het bestuur aanwezig waren, (2) verwerende partij bij gebrek aan hoogdringendheid geen reden had om haar preventief te schorsen zonder haar eerst gehoord te hebben, (3) de preventieve schorsing bij hoogdringendheid genomen werd door acht leden van het college en de bevestiging door zes leden, (4) de motieven vaag en algemeen zijn, (5) het college van burgemeester en schepenen in feite reeds impliciet uitspraak doet in de tuchtzaak. Al die middelen betreffen aangelegenheden die niet de nietigheid van de procedure tot gevolg moeten hebben of tot de vaststelling moeten leiden dat er geen beslissing bestaat, maar die in het kader van de devolutieve werking van het ingediende beroep door de Kamer van beroep worden overruled. Het is niet betwist dat verzoekende partij tuchtrechtelijk vervolgd wordt.
 
De kamer van beroep merkt op dat onregelmatigheden niet doorwerken naar de 2e beslissing waarbij de rechten van de verdediging worden geëerbiedigd en waarbij de problematiek van de hoogdringendheid, geen rol meer speelt (opslorping).  Er blijkt wel een reëel gevaar te bestaan op oververhitting van de situatie in de school en dreigt er hinder in de normale werking. Vanuit dat oogpunt is de preventieve schorsing gerechtvaardigd. 
 
De kamer van beroep dringt erop aan dat het gemeentebestuur de tuchtzaak ten spoedigste afrondt en een beslissing neemt; de indruk zou kunnen ontstaan dat de preventieve schorsing als een effectieve tuchtmaatregel wordt gehanteerd. 

 

2019-01 pdf bestandkvb_goo_2019-1.pdf (235 kB)

Feiten:

gelden van de school niet correct besteden

Bestreden beslissing:

terugzetting in de graad van onderwijzer

Beslissing kamer van beroep: 

30 januari 2019 - de kamer van beroep vernietigt de tuchtmaatregel van de terugzetting in de graad van onderwijzer 

Grond van de zaak:

De tuchtstraffen zijn limitatief omschreven in artikel 64 van het decreet. De oproeping vermeldt “een maximale tuchtsanctie”.  De gemeenteraad kan zich voor de verwijzing naar de mogelijke tuchtstraf niet steunen op of een parallelle toepassing maken van de geldende regeling voor het gemeentepersoneel dat niet onder het decreet van 27 maart 1991 valt (artikel 283 van de Nieuwe Gemeentewet), aangezien de specifieke regeling voor het Nederlandstalig onderwijspersoneel geen overlapping toelaat. Verwerende partij had de verplichting om in de oproeping duidelijk te stellen welke tuchtstraf, voorzien in artikel 64, de gemeenteraad voor ogen hield. De oproeping  voldoet niet aan die voorwaarde.