FAQ - Inschrijvingsbeleid Brussel (basis- en secundair onderwijs) - thuistaal Nederlands

Veelgestelde vragen en antwoorden m.b.t. artikel III.3 § 1 van het gelijke onderwijskansendecreet m.b.t. de thuistaal Nederlands

Voor meer informatie kan je terecht op:

 
 
 

De algemene vergadering van het LOP Brussel besliste dat voor de inschrijvingen 55% voorrang wordt verleend aan leerlingen met minstens één ouder die het Nederlands in voldoende mate machtig is.

Om aanspraak te kunnen maken op de voorrangsplaatsen voor leerlingen met minstens één ouder die het Nederlands in voldoende mate machtig is, dienen de volgende twee voorwaarden vervuld te zijn:

  • één van de ouders beschikt over één van de hieronder beschreven (studie)bewijzen én;
  • de verwantschap tussen de leerling en de houder van het (studie)bewijs moet worden aangetoond door een uittreksel uit het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister.
 
 

Eén ouder heeft:

  • minstens het Nederlandstalig diploma van secundair onderwijs of daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs
  • Nederlandstalig getuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs of daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs
  • een bewijs dat hij of zij negen jaar als regelmatige leerling onderwijs heeft gevolgd in het Nederlandstalig lager én secundair onderwijs
  • een bewijs dat hij of zij Nederlands beheerst minstens op niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen.

Het bewijs van niveau B2 gebeurt op basis van één van deze documenten:
  • Een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs of een daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs, dat het vereiste niveau van kennis van het Nederlands aantoont.
  • Een attest van niveaubepaling uitgevoerd door een Huis van het Nederlands dat het vereiste niveau van kennis van het Nederlands aantoont.
  • Bewijs van minstens voldoende kennis van het Nederlands na het afleggen van een taalexamen bij het selectiebureau van de federale overheid (SELOR).

Het bewijs van negen jaar Nederlandstalig onderwijs gebeurt op basis van attesten daartoe uitgereikt door de betrokken schoolbesturen/inrichtende machten.

 
 

Eén ouder heeft:

  • minstens het Nederlandstalig diploma van secundair onderwijs of daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs
  • Nederlandstalig getuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs of daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs
  • een bewijs dat hij of zij negen jaar als regelmatige leerling onderwijs heeft gevolgd in het Nederlandstalig lager én secundair onderwijs;
  • een bewijs dat hij of zij Nederlands beheerst minstens op niveau B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen.

Het bewijs van niveau B1 gebeurt op basis van één van deze documenten:
  • Een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs of een daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs, dat het vereiste niveau van kennis van het Nederlands aantoont.
  • Een attest van niveaubepaling uitgevoerd door een Huis van het Nederlands dat het vereiste niveau van kennis van het Nederlands aantoont.
  • Bewijs van minstens voldoende kennis van het Nederlands na het afleggen van een taalexamen bij het selectiebureau van de federale overheid (SELOR).

Het bewijs van negen jaar Nederlandstalig onderwijs gebeurt op basis van attesten daartoe uitgereikt door de betrokken schoolbesturen/inrichtende machten.

 
 

Volgende Nederlandstalige studiebewijzen zijn gelijkgesteld met het diploma van secundair onderwijs of het Nederlandstalig studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs:

  • getuigschrift van hoger middelbaar onderwijs;
  • diploma van hoger secundair technisch onderwijs;
  • diploma van hoger secundair kunstonderwijs;
  • getuigschrift van hoger secundair onderwijs.
  • brevet van de hogere secundaire beroepsschool;
  • studieattest van het zesde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;
  • studiegetuigschrift van het zesde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs.
 
 

Via onderstaande link kan je het Europees Referentiekader voor Talen raadplegen. Daarin vind je ook de vereiste kennis en vaardigheden voor de verschillende domeinen (lezen, schrijven, spreken, luisteren) beschreven.

 
 

Nederlandstalige Universitaire talencentra en de Centra voor Volwassenenonderwijs (CVO) kunnen een bewijs van niveau B2 uitreiken.

Overzicht van de CVO's met een aanbod NT2

Lijst Nederlandstalige universitaire talencentra:

  • Hogeschool – Universiteit Brussel – Talencentrum
  • Katholieke Universiteit Leuven – Instituut voor Levende Talen
  • Linguapolis – Instituut voor Taal en Communicatie van de Universiteit Antwerpen
  • Universiteit Gent – Universitair Centrum voor Talenonderwijs

Opgelet

Alleen de attesten uitgereikt door deze instellingen na 2004 komen in aanmerking.

 
 

De taalopleidingen in het volwassenenonderwijs zijn sinds 1 september 2004 gekoppeld aan de niveaus van het ERK. Attesten van voor 2004 komen niet in aanmerking.

Als ouders niet over één van de andere studiebewijzen beschikken, kunnen zij contact opnemen met het Huis van het Nederlands. (cf. infra)

 
 

Om het niveau B1 te kunnen aantonen moet men beschikken over een certificaat/ getuigschrift van de opleiding Nederlands tweede taal niveau B1 threshold 4 – richtgraad 2 van een CVO of een universitair talencentrum.

Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen kent een oplopende gradatie van taalvaardigheid. Dat impliceert dat wie het bewijs levert van zijn taalkennis voor Nederlands op niveau B2 of niveau C1 per definitie ook het bewijs heeft geleverd van zijn taalkennis op niveau B1. Bij de CVO’s gaat het concreet om certificaten of deelcertificaten binnen Vantage richtgraad 3 (= B2) en Effectiveness richtgraad 4 (= C1).

Voor achtergrondinformatie, zie ook omzendbrief ‘Vereiste taalkennis bij een aanstelling in het onderwijs’
(PERS/2010/01 punt 3.2.2. – 3.2.2.1. – 3.2.2.1.1.)

Zie bijlage 1: pdf bestandBijlage_1-overzicht_NT2-niveaus.pdf (79 kB).

 
 

Om het niveau B2 te kunnen aantonen moet men beschikken over een certificaat/getuigschrift van de opleiding Nederlands tweede taal niveau B2 vantage– richtgraad 3 van een CVO of een universitair talencentrum..

Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen kent een oplopende gradatie van taalvaardigheid. Dat impliceert dat wie het bewijs levert van zijn taalkennis voor Nederlands op niveau C1 per definitie ook het bewijs heeft geleverd van zijn taalkennis op niveau B2. Bij de CVO’s gaat het concreet om certificaten of deelcertificaten binnen Effectiveness richtgraad 4 (= C1)..

Voor achtergrondinformatie, zie ook omzendbrief ‘Vereiste taalkennis bij een aanstelling in het onderwijs’
(PERS/2010/01 punt 3.2.2. – 3.2.2.1. – 3.2.2.1.1.)

Zie bijlage 1: pdf bestandBijlage_1-overzicht_NT2-niveaus.pdf (79 kB)

 
 

Om alsnog aanspraak te kunnen maken op de voorrangsplaatsen voor leerlingen met minstens één ouder die het Nederlands in voldoende mate machtig is, kunnen zij een attest van niveaubepaling aanvragen bij het Huis van het Nederlands via de hieronder beschreven procedure (zie vraag 10).

 
 

Ouders moeten onderstaand attest van het Huis van het Nederlands voorleggen:

  • verklaring van niveaubepaling door het Huis van het Nederlands

Op dit document moet onderstaande zin aangevinkt zijn:

  • Een hoger niveau NT2 bezit, met name B2 Vantage voor het basisonderwijs
  • Een hoger niveau NT2 bezit, met name B1 Threshold 4 voor het secundair onderwijs
 
 

Ouders kunnen contact opnemen met het Huis van het Nederlands Brussel op het nummer 02/501 66 98. Zij vermelden dat zij hun kind willen inschrijven in een Nederlandstalige basis- of secundaire school in Brussel. Zij krijgen dan een afspraak bij het Huis van het Nederlands en leggen daar een taaltest af. Daarna krijgen zij een bewijs van hun taalniveau Nederlands.
Website: Huis van het Nederlands Brussel

 
 

Dat kan opgevraagd worden bij de gemeente. In sommige gemeenten kan dat online.

 
 

Dat wordt niet bepaald. Het uittreksel moet de verwantschap tussen de leerling en de houder van het (studie)bewijs aantonen, bijvoorbeeld het attest van samenstelling van gezin.

 
 

Wie geen uittreksel uit het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister kan voorleggen, kan geen aanspraak maken op de voorrangsplaatsen voor leerlingen met thuistaal Nederlands.

 
 

De regelgeving legt geen bewaartermijn op. Uiteraard is het raadzaam om deze documenten, net als alle andere inschrijvingsdocumenten, te bewaren tot 31 augustus van het schooljaar dat volgt op het schooljaar waarin de leerling de school verlaten heeft.

 
 

Als de inschrijving van een leerling geweigerd zou worden, dan kunnen ouders een klacht indienen bij de Commissie inzake Leerlingenrechten.